Borstkanker en het risico hierop 

 

Borstkanker ontstaat door een fout in de celdeling, waardoor een gezwel of tumor kan groeien. Tumorcellen kunnen zich uitbreiden in het borstweefsel en zo groeien tot een grotere tumor. In een later stadium kunnen tumorcellen zich via de lymfebanen en soms bloedvaten verder verspreiden. Ze kunnen zich dan elders in het lichaam nestelen. Daar vormen ze uitzaaiingen, oftewel metastasen. 

 

Wanneer borstkanker in een vroeg stadium wordt ontdekt, is de overlevingskans groot. Vrouwen met een BRCA genmutatie hebben een sterk verhoogd risico op borst- en eierstokkanker. In de tot nu toe onderzochte families blijkt bij vrouwen met een BRCA1 of BRCA2 genmutatie de kans op borstkanker tot het 70e jaar ongeveer 60 – 80% te zijn. 

 

Controle van de borsten 

Screening, ofwel regelmatige controle van de borsten, is er op gericht om borstkanker in een zo vroeg mogelijk stadium te ontdekken. Zo kan eventuele kanker snel behandeld worden en wordt de kans op langdurige overleving groter. Vrouwen met een BRCA genmutatie komen voor controle in aanmerking, evenals vrouwen uit een familie met een BRCA genmutatie die zich nog niet hebben laten testen. 

 

De richtlijnen voor controle bevelen aan: 

- vanaf 25 jaar: jaarlijks borstonderzoek door specialist, en jaarlijks MRI van de borsten 

- vanaf 30 jaar: jaarlijks borstonderzoek door specialist, en jaarlijks MRI en mammografie 

- vanaf 60 tot 75 jaar: deelname aan bevolkingsonderzoek borstkanker 

- voor alle vrouwen met een mogelijke BRCA mutatie: maandelijks zelfonderzoek 

 

Controle vindt bij voorkeur plaats op een Polikliniek Erfelijke of Familiaire Tumoren met een multidisciplinair team. In sommige ziekenhuizen vinden MRI en mammografie op dezelfde dag plaats, in andere ziekenhuizen zit er een half jaar tussen beide onderzoeken. Soms worden afwijkende leeftijdsgrenzen voor controle geadviseerd in verband met de familiegeschiedenis. De uitslagen van de controles worden door een chirurg, internist of gespecialiseerd verpleegkundige met u besproken. Bij het maken van een afspraak voor het MRI-onderzoek wordt aanbevolen dit te plannen in de tweede week van de menstruele cyclus.